Broodfonds of AOV: dit zijn de belangrijkste verschillen

Er zijn verschillende manieren om een vervangend inkomen te regelen als je arbeidsongeschikt raakt. Misschien heb je een flinke spaarpot of kun je terugvallen op het inkomen van je partner. Als dat niet zo is, kun je nadenken over een broodfonds of een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV). We leggen je uit wat de verschillen zijn.

Wat is een broodfonds?

Een broodfonds bestaat uit een groep van zo’n 20 tot maximaal 50 ondernemers en zzp’ers die samen een vangnet creëren voor wanneer iemand arbeidsongeschikt raakt. Zij storten maandelijks geld (netto bedragen) op een gereserveerde rekening. Als één van de deelnemers ziek wordt, ontvangt hij geld, een netto-uitkering. Je kiest het schenkingsniveau dat bij je inkomen past. Wil je zelf een hoge schenking, dan schenk je ook meer aan de zieken in je broodfonds. Kies je voor een lager niveau, dan schenk je minder. 

Het uitkeren van geld als je ziek bent, gebeurt op basis van vertrouwen, maar sommige broodfondsen hebben wel regels voor wanneer je wel of geen geld ontvangt. Je ontvangt maximaal 2 jaar geld van het broodfonds. Over je broodfonds beslis je samen, daarom is het belangrijk dat je elkaar kent en de bijeenkomsten bezoekt. Begeleiding en eventuele extra kosten om weer aan het werk te komen zijn voor eigen rekening. Als jij arbeidsongeschikt wordt, zijn er geen controlerende artsen, in plaats daarvan zie je elkaar en weet iedereen naar wie hun geld gaat.

Wat is een arbeidsongeschiktheidsverzekering?

Met een AOV verzeker je jezelf van een inkomen, wanneer je arbeidsongeschikt raakt door ziekte of een ongeval. De hoogte van dit inkomen is afhankelijk van verschillende factoren en de duur van je uitkering is vooraf vastgesteld. Ook krijg je begeleiding in het voorkomen van arbeidsongeschiktheid en wanneer je re-integreert. In overleg vergoedt de verzekeraar soms extra kosten die nodig zijn om weer aan het werk te komen.

Dit zijn de verschillen tussen een broodfonds en AOV

Een broodfonds keert maximaal 2 jaar geld uit en vervangt daarmee nooit een volwaardige AOV. Een AOV kan namelijk uitkeren tot aan de pensioenleeftijd. Daarnaast wordt de hoogte van je AOV-uitkering bepaald door het verzekerde bedrag en de mate waarin je arbeidsongeschikt bent. Bij een AOV kun je hogere bedragen verzekeren dan bij het broodfonds.

Broodfonds AOV
Je uitkering stopt als het geld op is Je krijgt een uitkering zolang je hier recht op hebt
Maximaal twee jaar een uitkering Uitkering mogelijk tot aan je pensioen
Je krijgt na een maand geld uitgekeerd Je krijgt geld uitgekeerd wanneer je eigen-risicoperiode verstreken is 
Onderling vertrouwen is de basis De verzekeraar draagt het risico
Eén vangnet Verschillende varianten van producten
De inleg wordt gezien als privévermogen en is niet fiscaal aftrekbaar en de schenking bij ziekte (binnen de fiscale grenzen) is onbelast Premie is fiscaal aftrekbaar en uitkering is belast
Geen deskundige hulp Hulp van deskundigen
 Geen hulp bij re-integratie Hulp bij re-integratie

Rekenvoorbeeld: uitkering broodfonds en AOV

Tom, een 32-jarige boekhouder heeft met een aov een jaarinkomen van € 40.000 verzekerd en een eindleeftijd van 67 jaar afgesproken (pensioenleeftijd). Hij is volledig arbeidsongeschikt en ontvangt daarom in totaal: 35 x € 40.000 = € 1.400.000 bruto. 

Ter vergelijking: de maximale uitkering van een broodfonds is € 2.500 per maand x 24 maanden = € 60.000 netto.
 

Wil je weten wat een AOV kost?

Ontdek het hier