Wanneer ben je arbeidsongeschikt?

Met een AOV (arbeidsongeschiktheidsverzekering) heb je recht op een uitkering als je arbeidsongeschikt bent. Maar wanneer ben je nu precies arbeidsongeschikt? Ben je dat als je écht niets meer kunt? En moet het altijd fysiek zijn? Op deze pagina lees je alles over wanneer je arbeidsongeschikt bent en wie dat bepaalt.

Arbeidsongeschikt: wanneer ben je dat precies?

Je bent arbeidsongeschikt als je door een medische en objectief vast te stellen oorzaak tenminste 25% van je werk niet meer kunt doen. Dat is de maatstaf die we bij De Amersfoortse hanteren. Deze vuistregel gebruiken de meeste andere arbeidsongeschiktheidsverzekeraars ook. Een medische oorzaak kan bijvoorbeeld komen door:

  • Een ongeval. Als je door bijvoorbeeld een ongeluk of val niet meer in staat bent om te werken of slechts een deel van je werkzaamheden kan doen.
  • Lichamelijke klachten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een hernia of een gebroken been. Dit kan je in zo’n mate belemmeren dat je niet meer in staat bent om je werk te doen.
  • Psychische klachten. Als door psychische klachten je werk niet meer kan uitvoeren, ben je ook arbeidsongeschikt. Dit kan bijvoorbeeld komen door een burn-out of een depressie.

Wie bepaalt of je arbeidsongeschikt bent?

Een arts helpt jou om je klachten objectief en medisch vast te stellen. Doe je een beroep op de AOV-uitkering dan bepaalt een team van deskundigen in overleg met jou of je arbeidsongeschikt bent en in welke mate. Zij beoordelen in hoeverre je niet in staat bent om de werkzaamheden in jouw specifieke beroep of bedrijf uit te oefenen. De beperkingen kunnen komen door fysieke klachten (bijvoorbeeld door een gebroken arm of been) of psychische klachten (bijvoorbeeld door een depressie).

De mate van arbeidsongeschiktheid

Bij bijna alle arbeidsongeschiktheidsverzekeraars geldt dat je pas in aanmerking komt voor een uitkering als je voor meer dan 25% je werk niet meer kunt doen. Dit heet de uitkeringsdrempel. Je kunt er bij het sluiten van een AOV ook voor kiezen om deze drempel te verhogen. Je betaalt dan een lagere premie. Kies je bijvoorbeeld voor een uitkeringsdrempel van 80%, dan krijg je pas uitgekeerd als je voor 80% of meer arbeidsongeschikt bent, en dus bijna niets meer kunt. Voordat je een AOV-uitkering krijgt, wordt de mate van arbeidsongeschiktheid bepaald. Dit kan op twee manieren: beroepsarbeidsongeschiktheid en passende arbeid.

Beroepsarbeidsongeschiktheid

Er wordt altijd gekeken naar het arbeidsongeschiktheidscriterium beroepsarbeidsongeschiktheid. Dat betekent dat er gekeken wordt in hoeverre je nog in staat bent om de werkzaamheden uit te voeren die horen bij jouw beroep. Net zoals hierboven uitgelegd staat.

Passende arbeid

Soms kun je ook kiezen voor passende arbeid. Dan wordt er niet alleen gekeken of je de werkzaamheden kunt uitvoeren die bij jouw beroep passen, maar ook of je nog ander werk kunt doen dat bij je opleiding en werkervaring past. Je wordt dan minder snel beoordeeld als arbeidsongeschikt, omdat er dus breder wordt gekeken naar wat je nog wel kunt. Ook als je voor passende arbeid kiest, word je in het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid, voor het bepalen van de mate van arbeidsongeschiktheid, wel altijd beoordeeld op basis van je beroep. Je kunt voor passende arbeid kiezen als je verwacht altijd wel aan het werk te kunnen en willen blijven, ook al moet je je werkzaamheden of beroep daarvoor aanpassen. Als je daarvoor kiest betaal je minder premie.

Wat gebeurt er als je arbeidsongeschikt raakt?

Als je arbeidsongeschikt raakt of dreigt te worden, komt er veel op je af. Je zit vol vragen en je wilt weten wat je te wachten staat. Bij De Amersfoortse staat er direct een team van specialisten voor je klaar om jou zo goed mogelijk op te vangen. Heb je een AOV, dan kun je een AOV-uitkering aanvragen als je arbeidsongeschikt bent geworden.